vorige - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 [overzicht] - volgende

27/08/2007 - Dure & langverwachte heraanleg Mazitsstraat begint met bouwovertredingen !

Sinds enige dagen is men eindelijk begonnen aan de langverwachte heraanleg van de Mazitsstraat te Hekelgem. Voor het goed functioneren van die werken zijn er plannen om een soort tijdelijke werf te installeren op de hoek van de Mazitsstraat en de Langestraat. Enfin, er wàren plannen. Want men is al bijna klaar met het aanleggen van die werf. De aannemer heeft de bovenste laag van het perceel afgegraven en er vervolgens op een soort zeil een harde ondergrond gemaakt. Ook een aantal bomen is tegen de vlakte gegaan.

Helaas loopt het nu reeds grondig verkeerd bij de opvolging van dit dure en belangrijke project door het schepencollege.

De aanleg van de werf is onderworpen aan een Vlaams decreet dat stelt dat je voor dit soort werken een procedure "commodo & incommodo" moet volgen. Dat betekent dat je de werken aankondigt met een affiche en zo de kans biedt om bezwaren en opmerkingen in te dienen over de geplande werken. Die procedure is een soort veiligheidsmarge waar belanghebbenden zich op kunnen beroepen en moet dus strikt gevolgd worden. De procedure "commodo & incommodo" voor deze werf werd wel gevolgd en loopt ... tot 28 augustus 2007. Tot dan kan je dus in principe verzet aantekenen tegen de aanleg van deze werf. Helaas ligt het bord met de affiche al enige dagen samen met afgeschraapte aarde aan de zijkant van de werf die al bijna klaar is. Men heeft dus niet eens gewacht tot de procedure was afgelopen. De werf die er nu ligt, heeft dus nog geen vergunning !

Maar daar houdt het niet op. Aan de rand van de werf werden een aantal mooie oude, maar nog heel gezonde bomen gerooid. Zo gingen twee prachtige notelaars tegen de vlakte, zonder dat dat eigenlijk nodig was. Ook voor het rooien van bomen heeft men een vergunning nodig. Die vergunning zou moeten geleverd worden door het schepencollege, maar ook dat is niet gebeurd. De aannemer heeft de bomen zomaar gerooid en wat klungelig proberen weg te stoppen achter en onder hopen aarde.

Heeft het schepencollege doelbewust geen vergunning geleverd voor het rooien van de bomen en doelbewust de werken voor de werf laten opstarten ? Dan zondigt het schepencollege tegen zijn eigen regels en tegen het van toepassing zijnde Vlaams decreet.

Indien dat niét het geval is, dan controleert de schepen van openbare werken zijn belangrijke projecten niet. De heraanleg van de Mazitsstraat is een bijzonder duur project (zo'n 1.3 miljoen euro) en dan mag je er toch van uitgaan dat een schepen van openbare werken af en toe eens de situatie ter plekke komt bekijken. Gezien de aanleg van de werf én het rooien der bomen een 10-tal dagen heeft geduurd, kan ik niet anders dan vastellen dat de schepen niet één keer is komen kijken.

Mijn punt is natuurlijk niet een discussie over een weekje vroeger of later opstarten, maar wél dat zo'n duur project, waar de buurt al jaren op wacht en waar voor de omwonenden veel van afhangt (de wateroverlast in de buurt is enorm) recht heeft op aandacht van het schepencollege in het algemeen en de schepen van openbare werken in het bijzonder. En dat is, gezien de flagrante schending van Vlaamse decreten en eigen gemeentelijke regels, duidelijk niet het geval.

In de krant die dit verhaal bracht (zie onderstaande link), reageerde schepen Geeraerts van Openbare Werken wel op een heel verrassende manier : vragen of werken wel vergund zijn, is volgens hem zoeken naar spijkers op laag water. Daarmee reageert hij duidelijk niet op de fundamentele kritiek; ik zeg namelijk zelf dat het me niet per sé om de vergunningen te doen was, maar om aandacht en opvolging voor de werken. En daar reageert hij dus niet op ...
http://www.tim.vu/pers/40.JPG
 

24/08/2007 - Marcus Garvey, voorlopig president van Afrika

Als u zwart bent en in de USA heeft gewoond, kent u Marcus Garvey allicht. Voor de meeste anderen is hij helaas een nobele onbekende geworden. Toch verdient hij meerrespect en bekendheid. Hij was immers jàren voor Malcom X of Martin Luther King, dé grote voorvechter voor de zwarten in de USA. Alleen deed hij dat met een flinke scheut excentriciteit, waardoor zijn entourage meer leek op de hofhouding van een kleine operettestaat dan dat van een beweging voor gelijke kansen voor zwarten.

Dit is het verhaal van de pionier van de zwarte bevrijdingsbeweging die op goeie voet stond met de Ku Klux Klan en die de aanzet gaf tot wat uiteindelijk de rastafari-beweging zou worden.

Marcus Garvey bracht de laatste jaren van zijn leven door in betrekkelijke armoede en eenzaamheid. Een zeepkist in de Speakers' Corner in Hyde Park te Londen, was zijn laatste podium. De kleine man met de grote idealen hield nog vol vuur zijn redevoeringen, maar zijn publiek was geslonken van honderdduizenden tot niet meer dan een handvol toevallige voorbijgangers. Toen hij in 1940 overleed op 53-jarige leefdtijd, was er geen staatsbegrafenis voor de man die zich jarenlang de "voorlopige president van Afrika" noemde.
Zijn ideeën waren ook te radicaal om zich ooit in 1 mensenleven te laten verwezenlijken. De politiek was zijn werkterrein maar politiek is een zaak van compromissen en dààr moest Garvey niets van hebben. Zijn denkbeelden waren glashelder. Ooit was het zwarte ras door de blanken in slavernij gevoerd naar Noord-Amerika en ook al was die slavernij inmiddels wettelijk opgeheven, nooit zou het zwarte ras zijn gelijke positie ten opzichte van andere rassen heroveren, als het niet terugkeerde naar het moedercontinent Afrika.

"Afrika voor de Afrikanen" was zijn leuze. Amerikaanse zwarten moesten zich verenigen en streven naar de oprichting van een nieuwe krachtige Afrikaanse staat, waarnaar ze uiteindelijk allemaal zouden emigreren. Van de "smeltkroes van rassen", zoals Amerika in de jaren '20 al werd genoemd, wilde Garvey niet weten. Hij meende dat pogingen van zwarten om naast de blanke bevolking een gelijke positie te veroveren, tot mislukken gedoemd waren.

Marcus Moziah Garvey werd in 1887 geboren in Jamaica, een eiland dat in die tijd in feite een driekastensysteem kende: blank, mulat en zwart. De drie groepen leefden zonder veel problemen samen en Garvey, die al jong politiek actief was, werd zich dan ook maar echt bewust van de onderdrukking van de zwarten, toen hij Jamaica verliet. Hij had voor drukker gestudeerd, maar kreeg geen werk meer nadat hij op zijn twintigste een (tevergeefse) drukkersstaking voor een hoger loon had geleid. De armoede en rechteloosheid van de zwarte bevolking van Costa Rica, Panama en andere Middenamerikaanse landen die Garvey bezocht vanaf 1910, gaven hem het doel dat hij tot aan zijn dood zou blijven nastreven: de bevrijding en de verheffing van het zwarte ras.

Terug op Jamaica stichtte hij de UNIA, de Universal Negro Improvement Association. De denkbeelden waarop hij zijn organisatie stoelde, die op haar hoogtepunt een miljoen leden telde, waren overigens niet helemaal nieuw. Al veel eerder hadden intellectuelen gepleit voor een hernieuwd zwart zelfbewustzijn en een terugkeer naar Afrika. Maar hun boeken en geschriften bereikten de grotendeels ongeletterde massa nauwelijks of niet. Garvey daarentegen was een begenadigd redenaar en kon de emoties van zijn toehoorders bespelen als geen ander. Hij wist mensen enthousiast te maken met zijn meeslepende toespraken.

Zijn grote doorbraak kwam er in 1916, toen hij neerstreek in New York. Er heerste een enorme werkloosheid onder de zwarte bevolking in het Noorden van de USA; een perfecte voedingsbodem voor Garvey's gespierde taal. Hij had het met hen niet over aanpassing of integratie maar over het trotse verleden van het zwarte ras en de gouden toekomst die het te wachten stond. Garvey reisde door heel de USA en stichtte overal afdelingen van zijn UNIA. In New York werden conferenties gehouden van vertegenwoordigers van zwarten uit de hele wereld en de zwarte New Yorkse wijk Harlem was het toneel van militair aandoende parades van UNIA-leden. Garvey gaf een krant uit, de Negro World, die hij voor een belangrijk deel zelf volschreef. Hij richtte ook een scheepvaartmaatschappij op, The Black Star Shipping Company, die als doel had om handel te drijven en zwarte passagiers te vervoeren tussen Afrika en Amerika.
Aandelen in deze maatschappij werden alleen verkocht aan zwarten. Economische onafhankelijkheid was immers een eerste voorwaarde voor politieke onafhankelijkheid. Ook religieus moest het zwarte ras zich van het blanke juk bevrijden. De in 1923 gestichte African Orthodox Church riep haar leden op een zwarte Jezus en een zwarte Maria te vereren. Garvey mat zichzelf de titel aan van "voorlopig president van Afrika" en zorgde voor de bij zijn nieuwe status horende operetteuniformen. Er kwam tevens een rood-zwart-groene vlag en een volkslied.

Toch zien we tegenwoordig geen verenigd Afrika, geen politieke en economische onafhankelijkheid van het "zwarte ras". Wat liep er fout ?

Garvey was geen man van compromissen. Hij hield niet van nuances: zijn denkbeelden waren letterlijk zwart-wit. Zwarte leiders die gematigder ideeën hadden dan de zijne, noemde hij verraders. Rasgenoten met een lichtere huidskleur door blank bloed, minachtte hij. Zwarte kranten die zijn beweging niet steunden hadden zich verkocht aan het blanke kapitaal. Met zijn geweldige redenaarstalent kreeg hij de steun van de massa, maar in zijn beweging was alleen plaats voor volgelingen en niet voor intellectuele managers en politici. Het hoofdkwartier van de UNIA was altijd daar waar Garvey zich op dat moment toevallig bevond. Terwijl hij doorging met het werven van aanhangers en geld, besefte hij niet dat hij de enige was die zijn beweging op de been hield. Zijn scheepvaartmaatschappij kocht eerst één schip, nauwelijk drijvend en in staat de haven van New York te verlaten, kocht er nadien nog twee en ging door dit slechte beheer uiteindelijk op de fles. Met de andere zakelijke activiteiten van de UNIA ging het al niet veel beter.

Garvey maakte met zijn uitdagende toespraken ook veel
vijanden onder zowel blank als zwart. Velen beschouwden hem als een volksmenner en een fascist. Het valt niet te ontkennen dat zijn beweging en zijn denkbeelden enigszins fascistisch aandeden. Alle elementen waren aanwezig: van de bloed-en-bodem theorie tot een organisatie waarin de gehoorzaamheid aan de leider het hoogste goed was en de geringste afwijking van de ideologie iemand meteen tot een verdacht individu transformeerde. Garvey zelf deed geen moeite om dit beeld te verzachten: hij had zelfs contacten met de Ku Klux Klan. Garvey en de Klan hadden immers dezelfde ideeën: geel bij geel, blank bij blank en zwart bij zwart. Ze verschilden hooguit van mening over welk ras nu superieur was. In die tijd waren de begrippen racisme en fascisme trouwens ook niet zo beladen als tegenwoordig. De wereld had Stalin, Hitler en Mussolini immers nog voor de boeg ! Met de groei van de UNIA echter, nam de weerstand ertegen, bij het welvarender en beter opgeleide deel van de zwarte bevolking van de USA toe.

Toch waren het niet de steeds heftigere botsingen met de zwarte elite en de zwarte pers die Gavery ten val brachten. Het gevaar kwam voor hem uit een totaal andere hoek. De groei van de UNIA baarde het ministerie van Justitie grote zorgen. Justitie hield Garvey scherp in het oog omdat men hem - ten onrechte, zoals later zou blijken - verdacht van socialistische sympathieën. In die tijd, en eigenlijk ook nu nog, was "socialisme" een zeer vies woord in de USA. Alles wat enigszins links was, werd toen beschouwd als staatsgevaarlijk. Justitie zocht en vond dan ook een stok om de hond te slaan. In 1922 werd Garvey, samen met drie medewerkers, gearresteerd op beschuldiging van zwendel. De aanklacht was dubieus en het bewijsmateriaal nog dubieuzer. Het kwam er op neer dat Gavery's organisatie er van werd beschuldigd via de post pamfletten te hebben verstuurd die de geadresseerden aanspoorden om voor 5 $ per stuk aandelen te kopen in de Black Star Shipping Company. De redenering van Justitie was dat Garvey wist dat deze aandelen nooit 5 $ konden waard zijn en dat hij dus het publiek bedrogen had. Was deze aanklacht dan al mager, tijdens het slepende proces dat er op volgde, waarbij Garvey met zijn welsprekendheid zijn eigen verdediging voerde, kwam nooit onomstotelijk vast te staan dat er daadwerkelijk zulke pamfletten waren opgestuurd. Wel werd duidelijk dat er enkele getuigen tegen Garvey door Justitie zorgvuldig waren geïnformeerd over wat ze moesten zeggen en dus een valse verklaring aflegden. Het was, kortom, een schijnproces. Het vonnis was dan ook, zoals te verwachten was, buiten alle proporties: vijf jaar cel !

In 1925 werd Garvey, ondanks hevige protesten, zelfs van de kant van blanke kranten, gevangen gezet in Atlanta. De New Yorkse krant "Evening Bulletin" schreef "Garvey is een neger, maar zelfs een neger heeft het recht dat er waarheid over hem gesproken wordt. Garvey is belachelijk gemaakt en voor clown gezet door sommige New-Yorkse kranten sinds hij naar deze stad kwam. Hij deed veel rare dingen, dat is waar, maar hij heeft ook veel goeds gedaan. Eerlijkheid gebiedt ons toe te geven dat hij zijn ras een ideaal bood … Had deze man een faire kans gekregen, dan waren zijn zakelijke activiteiten allicht een succes geweest en had hij de rampspoed die hem nu voor de rechter heeft gebracht, kunnen vermijden.

Met Garvey achter de tralies ging het met het UNIA langzaam bergaf. Vanuit zijn cel bleef hij onvermoeibaar zijn pamfletten de wereld insturen, maar de beweging kon het moeilijk zonder zijn lijfelijke aanwezigheid stellen; iets wat hij onbewust zelf in de hand had gewerkt. Nadat hij de helft van zijn straf had uitgezeten, werd Garvey vrijgelaten en meteen het land uitgezet. Hij trok naar Jamaica en begon er met nieuwe energie zijn geboorte-eiland uit te bouwen tot het nieuwe hoofdkwartier van de UNIA. Nog eenmaal laaiden de UNIA-idealen op en slaagde hij er in een 6e internationale UNIA-conferentie in Kingston te organiseren (de vorige 5 waren in New York doorgegaan). Zijn afwezigheid in de USA had echter een machtvacuum gecreeerd en de UNIA die in 1929 in Kingston bijeenkwam was hopeloos verdeeld. Groeperingen splitsten zich af, er werden ordinaire rechtszaken gevoerd over het beheer van de partijkas en Marcus Garvey moest zelf ondervinden dat hij niet langer werd beschouwd als de enige en onbetwiste leider van de beweging die hij zelf had opgericht. Daarna viel stilaan het doek voor de UNIA.

Hoewel Garvey zich nog roerde op het locale, Jamaicaanse politieke toneel, was hij zijn plaats op het wereldforum kwijt. Na een nieuwe dreiging van rechtszaken, vluchtte hij naar Groot-Brittanië om vandaaruit zijn idealen in Europa te bepleiten, onder andere bij de volkenbond, de voorloper van de UNO. Maar zonder een enthousiast publiek, dat hij met zijn vlammende toespraken tot extase kon brengen, was Marcus Garvey niet meer dan één van de velen die in Hyde Park hun ideeën aan de man probeerden te brengen. Het ideaal van een vrij Afrika moest nu concurreren om de aandacht van het publiek met een verbod op loslopende honden en gelijke rechten voor linkshandigen.

Pas tien jaar na zijn dood onder kommervolle omstandigheden werd zijn lichaam teruggebracht naar Jamaica, waar hij alsnog een staatsbegrafenis kreeg. Sindsdien wordt Marcus Garvey, de "zwarte Mozes", beschouwd als een man die, hoewel niet zonder fouten, één van de belangrijkste pioniers was van de emancipatie van de zwarten.

Bronnen:
Piet Zeeman: Marcus Garvey wilde president van Afrika worden (1989)
Amy Jacques-Garvey: Philosophy & opinions of Marcus Garvey (1982)
Rodney Carlisle: The Roots of Black Nationalism (1975)
Wikipedia
http://www.marcusgarvey.com/