vorige - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 [overzicht] - volgende

24/12/2006 - Kerst met Leo (voor de laatste keer een Affligems sprookje).

Buiten was het guur en koud, en mistig bovendien. Een doordringende, snerpende en snijdende noordenwind joeg over de aangevroren sneeuw en woei dwars door je lijf. Gelukkig had Leo, gepensioneerd directeur generaal van het ministerie en in zijn vrije tijd nog tot eind dit jaar de burgemeester van Affigem, daar geen last van. Op de heuglijkste van alle heuglijke dagen des jaars, op kerstavond, zat hij thuis heerlijk weg te soezen bij de gloed van een knisperend haardvuur, dat vriendelijke schaduwen wierp in de met een kerstboom, hulsttakken en klimop versierde woonkamer. De geur van een kruidige kalkoen streelde zijn reukorgaan (zijn dochter was druk doende in de keuken) en terwijl de gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem zijn tenen behaaglijk liet opkrullen in zijn geruite wollen pantoffels, bedacht hij wat een liefdadige tijd dit was; de enige dag op de lange kalender van het jaar waarop mannen en vrouwen bij wijze van onderlinge afspraak ongedwongen hun gesloten harten schijnen te openen en iedereen, ja zelfs aan Tim t’ Kint, het allerbeste toewensen.
Terwijl hij vervuld was van deze gewijde gedachte, viel zijn blik als bij toeval op een versleten schelkoord, dat in de kamer hing en - voor een doel dat nu niemand meer kende - in verbinding stond met de bovenverdieping van het huis.
Het was met de grootste verbazing en met een vreemd, onverklaarbaar gevoel van angst, dat hij zag hoe het koord begon te zwaaien. In het begin heel zachtjes, maar al snel luidden er overal schellen. Daarop volgde een rammelend geluid dat van buiten kwam, alsof iemand een zware ketting over een leeg wijnvat trok. Op dat ogenblik herinnerde de gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem zich hoe van spoken altijd wordt gezegd dat met kettingen slepen …
Opeens vloog de deur met een dreunende slag open: daar doemde een zonderlinge gedaante op voor de geheel verbouwereerde gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem. Het was de gedaante van een kind, een meisje meer bepaald, in een rafelige jurk die aan de lenden bijeen gehouden werd door een zware ketting. Haar benen en voeten waren zeer tenger gebouwd en bloot, net als haar armen en handen. Haar haar, dat om haar hals viel, was donkerbruin, net als dat van de gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem eens was geweest. Het zonderlingste van al was echter dat het gelaat van dit jonge meisje als twee druppels water leek op het gelaat van de gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem, met dit verschil dat het meisje geen rimpels had.
"Onzin", zie de directeur generaal/burgemeester van Affligem, terwijl hij zich de ogen uitwreef. "Eerste element: de zintuigen kunnen door kleinigheden ontregeld worden. Een lichte maagstoring maakt ze al bedrieglijk. Tweede element: dat zogezegde spook, dat ik hier nu zie, is waarschijnlijk een onverteerd stukje biefstuk van een VLD-eetmaal, of een stukje ongare aardappel. Eerder dan uit het graf, komt deze verschijning waarschijnlijk voort uit mijn maag, die van streek is."
"Gij gelooft niet in mij", merkte de geest op, met een stem die de gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem rillingen bezorgde.
"Toch wel, toch wel", antwoordde deze, omdat hij het niet het beste moment vond om ruzie te maken. "Maar wie bent u ?"
"Ik ben de geest van de kersttijd", sprak de geest.
De gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem bekeek de dwergachtige gestalte van kop tot teen en verzamelde de moed om te vragen wat de geest hierheen bracht.
"Uw welzijn!" sprak de geest.
De gepensioneerde directeur generaal/burgemeester van Affligem gaf te kennen dat hem dit zeer verplichtte, maar hij kon het niet nalaten op te merken dat een ongestoorde avond met familie en een lekkere kalkoen bevorderlijker zouden zijn geweest voor dit doel.
Nu zijn spoken doorgaans al weinig geneigd tot scherts, en ook dit fantoom was
niet op grapjes gesteld. Integendeel, de woorden van de gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem ontstemden het dermate, dat het een vreselijke gil slaakte. Het rammelde zo gruwelijk en huiveringwekkend met zijn ketens, dat de baas van de locale VLD zich stijf aan zijn zetel vastklampte om niet in zwijm te vallen … hij viel op zijn knieën en sloeg de handen voor het gezicht. "Genade !" schreeuwde hij, biddend dat de kwelling zou ophouden. Maar ze begon pas.
Groot was zijn ontzetting toen hij zijn handen van voor zijn ogen wegnam en constateerde dat hij alleen was. Maar hij zat niet meer thuis bij de open haard. Neen, hij zat nu opeens buiten in de sneeuw, in de gure, bijtende koude, op de ijzige straatstenen van een mistige steeg in Teralfene waar hij nog nooit eerder was geweest. En de grootste schok moest nog komen. Het merg in zijn gebeente verstijfde als hij realiseerde dat hij zelf de gedaante had aangenomen van de schim van daarnet: het lichaam van de gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem was ineengekrompen tot dat van een kind met tengere armen en benen, met een pruik van lang donkerbruin haar. Hij was blootvoets en droeg alleen een rafelige jurk die bijeen werd gehouden door een ketting.
"Help ?" was het enige wat hij in die toestand kon bedenken. Maar de paar voorbijgangers die zich op kerstavond nog op straat hadden gewaagd, wilden zo vlug mogelijk naar huis om kalkoen te gaan eten, en ze besteedden totaal geen aandacht aan deze zielige figuur in een meisjesjurk. "Help?" kreet hij nogmaals zwakjes. Tevergeefs. Niemand zag hem.
Als dit verhaal nog lang duurde, zou de gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem doodvriezen, zo koud was het, in een lichaam dat niet eens bij hem paste. Als dit een sprookje was, dan was het er toch één van een heel bedenkelijk signatuur !
Maar toen zag hij wat verder, naast een vuilnisemmer, een papieren zak liggen. Met zijn kleine, verkleumde handjes graaide hij er naar, in de hoop dat de zak een sjaal, een paar wollen handschoenen of tenminste wat zwavelstokjes zou bevatten, waaraan hij toch wat warmte zou kunnen onttrekken. Helaas, de buit bestond slechts uit een tiental publicaties van de Affligemse VLD: een aantal burgerkranten, een verkiezingspamflet, het verkiezingsprogramma voor Affligem, een slecht pamflet van net na de verkiezingen en een exemplaar van het nieuwste burgermanifest van de ex-premier in spe, Guy Verhofstadt.
"Wilt u in ruil voor onderdak misschien een publicatie van de VLD ?" piepte de gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem in zijn kouwlijke kleinemeisjesjurk smartelijk in de richting van de laatste voorbijganger, Chris Troch. Maar de man negeerde de smekende blik en de opgestoken hand van het nu blauwbekkende meisje met het hoofd van de gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem. "Waarom wil niemand iets van de VLD lezen ?" riep het bibberende rompje nogmaals vertwijfeld. Maar niemand luisterde. De straten waren leeg. Het werd nog donkerder en het begon weer te sneeuwen.
De gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem had zich al bij zijn einde neergelegd: eenzaam doodvriezen in een vreemd lichaam en een malle jurk, in een deel van Teralfene dat hij niet kende, met als enig bezit een aantal VLD-publicaties die niemand wilde.
Toen zag hij opeens aan de overkant van de straat een huis met helverlichte ramen waarachter - zo leek het toch - muziek, gelach en het ploffen van ontkurkte champagneflessen weerklonken. Kon het waar zijn ? Met zijn laatste krachten sleepte hij zijn verstijfde lichaampje in de richting van die hemelse klanken. Hij hees zich op aan de vensterbank, totdat zijn neus net aan de rand kwam van de vensterbank en hij in het huis kon binnengluren. Hij kon zijn ogen niet geloven: in de kamer zag hij een feestelijk versierde reuzenkerstboom en overal vrolijke mensen in prachtige gewaden. En hij kénde al die mensen ! Kijk, daar staken Rik Verhavert en Wiske Bosteels lachend hun hoofd vanonder het tafelkleed; Stijn Stassijns spoot schalks slagroom op het hoofd van Willy Teirlinck; Walter Dedonder had zijn hand in een pluchen Bobtail gestoken en bracht daarmee Denise De Paepe aan het lachen; Greta Permentier lachte luid omdat Guy Uyttersprot struikelde over Paul Geeraerts die lag te flikflooien met Els Van Nieuwenhove en Karen D’Haeseleer. Leen Steenhoudt lag dronken met haar hoofd in wat er restte van een kerststronk; en overal confetti, lichtjes, champagne, …
"Laat me alstublieft binnen!" huilde de gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem, die buiten wild op de ruit tikte. Maar tevergeefs: ook nu hoorde niemand hem. Of wacht … daar kwam Yvan T’ Kint in de richting van het venster. Zou hij zijn noodkreet hebben opgevangen ?
"AAAAH !" Yvan had het rolluik naar beneden doen donderen en dat was met een pijnlijke klap terechtgekomen op de vingers van de gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem, die neerzeeg in de sneeuw. Hij gaf het op: hij wilde nu alleen nog maar wachten op het onafwendbare einde. Morgen zouden ze zijn levenloze lichaampje vinden, zo dood als een pier. Zalig kerstfeest !
"Eten !"
Iemand rukte aan zijn rafelige jurk. Iemand kende zijn naam ! Was hij dan toch niet dood ? Herkende hij dat gemaakte Franse accent niet ?
"Wordt nu toch eens wakker. De kalkoen is klaar !" Hij opende traag zijn ogen. Verdorie, hij zat weer thuis in zijn zetel, bij zijn eigen haardvuur, en zijn eigen dochter had hem bevrijd uit een verschrikkelijke nachtmerrie. Wat een opluchting !
"Aan tafel, pappa !" riep juffrouw Guns nog eens.
"Ruim die stapel oude VLD-programma's straks maar op. En wat was je in godsnaam van plan met die oude jurk van mama ? En waar komt die zware ketting opeens vandaan ? Vertel op !"
De gepensioneerde directeur generaal / burgemeester van Affligem slikte even iets weg.

[vrij naar Charles Dickens en Jo Van Damme]
 

24/12/2006 - Geen trouw meer aan de koning !

Het zal sommigen worst wezen, maar voor de Vlaamsgezinden en de republikeinen onder ons, is het een resultaat van jaren werken : eindelijk is de formule van de eedaflegging voor een gemeenteraadslid veranderd. In tegenstelling tot de vorige legislaturen, zal ik deze keer geen trouw meer moeten zweren aan de koning. Die zin is geschrapt en de eed beperkt zich nu tot deze zin :
"Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen".
Deze aanpassing is het resultaat van jaren ijveren door Vlaamsgezinden en republikeinen en werd gerealiseerd nadat de bevoegdheid over deze materie werd geregionaliseerd. In Wallonië doen ze 't dus vanaf dit jaar anders dan bij ons én doen ze 't zelfs vroeger. Wallonië koos er immers voor de raadsleden vroeger in te zweren. Daar werd de eed immers al afgelegd voor 31 december.