vorige - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 [overzicht] - volgende

11/06/2010 - Geen stemadvies

Ik geef geen stemadvies. Maar 'k kan u wel tonen waar ik volgens de verschillende stemtesten bij aanleun.

Open en duidelijk ... zoals u dat hier gewend bent.

Moge de beste winnen, zondag.

 

11/06/2010 - Federale Kieskring = doos van pandora

Een aantal wetenschappers en academici stelden in De Tijd (1 juni) dat een federale kieskring de doos van Pandora zou openen. Wie het parlement helemaal monddood wil maken, moet voor een federale kieskring gaan. Hieronder de tekst uit De Tijd:

Hoewel Open VLD het confederale model herontdekt heeft, blijft de federale kieskring wel nog deel uitmaken van het partijprogramma. CD&V en sp.a omzeilen het thema, terwijl Groen! daarin het ei van Colombus ziet dat al onze communautaire spanningen moet katalyseren. Niets is minder waar. Integendeel, er zijn behoorlijk wat nadelen aan verbonden die van een federale kieskring wel eens een doos van Pandora kunnen maken.

Ten eerste werpt men op dat een kandidaat zich maar in één taalgebied moet aandienen om pakweg federaal premier te worden. Op zich hebben we het in Vlaanderen dan nog niet zo slecht, want hier lijkt het de gewoonte dat de strijd om het premierschap wordt beslecht op de lijst van de Senaat.
In Wallonië ligt dat anders, en komen nationale kopstukken op de politiek meer relevante Kamerlijst van hun provincie op. Dat betekent wel dat mocht bijvoorbeeld Elio Di Rupo (PS) premier worden, hij zich enkel aan de Henegouwers heeft gepresenteerd. Niet alleen de Vlamingen hebben dan geen zeggenschap over zijn lot, evenmin alle andere Waalse provincies. Dat zogenaamd democratisch deficit loopt dus zeker niet enkel langs een communautaire lijn.

Ten tweede is er het probleem van de kip of het ei. Natuurlijk klopt de analyse dat België met gescheiden partijen en kiezerskorpsen uit twee naast mekaar bestaande, botsende democratieën bestaat. Maar dat is wel het gevolg, en niet de oorzaak, van de onoverkomelijke tegenstellingen die al langer dit land in een wurggreep houden.
Vroeger waren er wel unitaire partijen, maar ook die zagen dat hun goede functioneren binnen dat gepolariseerde kader in het gedrang kwam. Als de BSP eind jaren 70 als laatste de stekker uit de unitaire partij trok, was dat niet omdat de socialisten plots een opstoot van Vlaams- en Waalsgezindheid hadden, maar wel uit bittere noodzaak.
De “oplossing” om België uit de onbestuurlijkheid te halen door een federale kieskring in te voeren, is dus een Don Quichote-achtige poging om de illusie van iets wat al lang vervlogen is hoog te houden. Hoe zouden unitair verkozen Kamerleden - per definitie al bijna nationale kopstukken - ooit deftig in de Kamer kunnen functioneren in een particratie als de onze, waarin zij voor hun politiek voortbestaan zo sterk laten afhangen van hun - Vlaamse of Franstalige - partij? Zij kunnen nooit meer dan marionetten van hun partij zijn. Als men - terecht - opwerpt dat onze parlementen te weinig hun stem verheffen, dan is zo’n groep unitair verkozenen de beste garantie om het parlement helemaal monddood te maken.

Ten derde zet een federale kieskring alle evenwichten waarop dit land gestoeld is op de helling. Daartoe behoort het territorialiteitsbeginsel, dat nota bene in de jaren 30 tot stand kwam op uitdrukkelijke eis van de Franstaligen om de eentaligheid van Wallonië te vrijwaren. Als bleek dat hun opzet om van België een eentalig Franstalig land te maken stond te mislukken, zou men toch zeker verhinderen dat België een tweetalig land werd, waar ook in Wallonië Nederlands gesproken zou kunnen worden. De opdeling in taalgebieden was een feit, en werd gesacraliseerd in de vastlegging van de taalgrens in 1962.
De splijtzwam die BHV nu is – in wezen een anomalie die zich niet aangepast heeft aan die nieuwe grenzen - dreigt met een federale kieskring geëxporteerd te worden naar het hele land. De verfransingsagenda kan dan in heel Vlaanderen doorgezet worden.
Voor de kustgemeenten, die nu al zwaar te lijden hebben onder toenemende verfransing, is dit niet minder dan rampzalig. Om nog te zwijgen over het Franstalig reveil dat in steden als Gent onder impuls van politici als Olivier Maingain (FDF) de kop zal opsteken. Kortom, helemaal terug naar af. Het blijft trouwens nog maar de vraag of de Franstaligen zo happig zullen zijn voor een federale kieskring. Want ook het zo geroemde Belgische evenwicht wordt dan volledig onderuit gehaald.

De logica van het voorstel impliceert immers dat deze 15 verkozenen (15 van de 150 zetels in de Kamer) niet tot een bepaalde taalgroep behoren, vermits zij het hele land vertegenwoordigen. Alle beschermingsmaatregelen die de minderheid in België ter beschikking heeft, zoals dubbele meerderheden en alarmbelprocedures, passen dan niet meer in die nieuwe samenstelling van de Kamer en mogen worden afgevoerd.

Het is het een of het ander. Wie een federale kieskring wil invoeren, moet zich terdege bewust zijn van het domino-effect op de evenwichten in dit land. Daaraan wordt in alle theoretische benaderingen systematisch voorbijgaan. En de praktijk leert dat de regimecrisis waarin dit land nu al drie jaar verkeert, niet opgelost kan worden met zoiets als een federale kieskring of samenvallende verkiezingen.
Niemand is zo laag door het stof gekropen als Yves Leterme. Niemand heeft zo flagrant al zijn verkiezingsbeloftes ingeslikt. Maar nog kwam er geen beweging in zijn regering. In het verleden is communautaire vrede stelselmatig afgekocht. Nu het geld op is, zien we pas goed hoeveel geld er over de balk gegooid is om dit land recht te houden. Wie dan toch nog iets van België wil behouden, moet daarom meestappen in een confederale logica, waarbij de deelstaten onderling beslissen over waar zij verdere samenwerking nog opportuun achten.
Laurens De Vos (UGent- Algemene Literatuurwetenschap), Dirk Rochtus (Lessiushogeschool - Handelswetenschappen), Ludo Abicht (UA - Politieke Wet. en UGent - Wijsbegeerte), Jozef De Vos (Ugent- Engels), Eric Ponette (KUL - geneeskunde), Frank Fleerackers (HUB -geneeskunde), Piet Lamberts-Van Assche (Katholieke Hogeschool Kempen)