vorige - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 [overzicht] - volgende

19/02/2013 - Portretten van Albert & Paola uit de raadzaal?

Tijdens de gemeenteraad van februari heb ik mijn collega's van de meerderheid verzocht om de foto's van Albert & Paola weg te halen en dat om verschillende redenen, waaronder vooral de grondwettelijke en strafrechtelijke me het zwaarste leken te wegen.

Dit was mijn betoog - hopelijk gevolgd door de meerderheid, anders komt het in maart opnieuw op de agenda.

Beste collega’s, ik vestig bij het begin van deze legislatuur graag uw aandacht op de aankleding van de gemeentelijke raadszaal en meer bepaald de foto’s die er opgehangen zijn van de heer Albert Wettin, en zijn echtgenote, mevrouw Paola Ruffo di Calabria.

Ik zal kort toelichten waarom het volgens mij verkeerd is om die foto’s hier op te hangen en heb daarvoor 2 soorten argumenten: logische en grondwettelijke - ik zal beide kort toelichten alvorens tot een verzoek over te gaan.

Vooreerst is er de logica zelve die gebiedt dat de betrokken foto’s hier niet thuishoren. Immers: de functie van koning wordt nergens betrokken bij het Vlaamse gemeentedecreet dat de werking van deze gemeenteraad regelt en we leggen ook geen eed meer af aan een vorst der Belgen. Wat dat betreft zijn de foto’s hier dus nergens voor nodig. Daarnaast is er de vaststelling dat een staatshoofd dat zijn macht haalt enkel uit een eerstgeboorterecht volstrekt indruist tegen elk democratisch principe en dus ook al geen portret verdient in deze raadszaal. Verder is er het gedrag van deze familie uit Laken waarvan de oudste telg recent nog het nieuws haalde met het opzetten van constructies die het geld van de dotaties moesten doorsluizen naar familieleden in het buitenland zonder daarop de vereiste belastingen te betalen. Er is ook het feit dat het familiehoofd bij de vorige regeringsvorming meermaals is tussengekomen en daarbij een bepaalde politieke familie op federaal vlak heeft willen “kalt stellen” – en daar nog in geslaagd is ook. Of er is het feit dat diens echtgenote na meer dan 50 jaar in ons land nog altijd nauwelijks tot geen Nederlands spreekt – een schandaal als je ziet hoe iemand als pakweg Maxima Zorreguita in amper een paar maanden de taal vlot leerde spreken. En dan heb ik het nog niet over de wettelijk erkende kinderen van het echtpaar dat hier fotogewijze aanwezig is: ze vallen van het ene schandaal in het andere … Kortom: meer dan genoeg logische argumenten om hun foto’s hier niet op te hangen.

Nu ken ik de redenering dat we hier nog altijd in België wonen en dus het staatshoofd toch wel mogen portretteren in de raadszaal. Die redenering kan ik ergens nog volgen maar ook hier duiken bezwaren op die er voor zorgen dat we de portretten van Albert en Paola niet kunnen handhaven zonder de strafwet en de grondwet te schenden, iets waar ik als democraat niet aan mee wens te werken.

Zo voert mevrouw Ruffo di Calabria de titel van koningin, waardoor ze duidelijk de wet overtreedt die stelt dat het voeren van een adelijke titel waar men geen recht op heeft, strafbaar is. Gezien de grondwet de titel van koningin niet eens vermeldt en de vrouw van de vorst geen titel toebedeelt, lijkt me dat hier duidelijk het geval te zijn.

En dat brengt me tenslotte bij mijn grondwettelijke argument. Volgens artikel 28 van de grondwet verliest iedere troonpretendent zijn rechten op de troon indien hij geen toestemming heeft van de zetelende vorst (en dus de regering) om te trouwen. Bij het overlijden van Leopold II, in 1909, had diens neef, Albert I dan ook geen rechten op de troon gezien hij huwde zonder die toestemming. Dat hij toch de troon besteeg was dan ook een pure schending van de grondwet. Ik ben trouwens niet alleen met die vaststelling: ook August Beernaert, eminent jurist en nobelprijswinnaar was destijds van dat gedacht. Vermist Albert I geen rechten meer had op de troon, hadden ook zijn nazaten die niet. Dat Leopold III geen toestemming had gevraagd om te huwen met Liliane Baels was dus niet relevant meer, het was gewoon een verderzetting van een ongrondwettelijke toestand.

CD&V-er Tindemans maakte zich ooit sterk dat de grondwet geen vodje papier was en gevolgd diende te worden. Ik volg hem daar in en concludeer dan ook dat de foto van Albert II, die zich onrechtmatig koning der Belgen laat noemen, hier ten onrechte hangt indien men een foto van het staatshoofd wenst te tonen. De aanhangers van de stelling dat het staatshoofd moet vertegenwoordigd zijn door een foto kunnen daarom kiezen tussen een foto van wie die macht bij gebrek aan actueel rechtmatig vorst moet uitoefenen volgens de grondwet, namelijk de voltallige regering. Of de laatste die op een legale manier op de troon zat, namelijk Leopold II. Voorwaar geen gemakkelijk keuze.

Daarom, collega’s, stel ik voor dat men in de schoot van de meerderheid eens nadenkt over een andere bestemming voor deze foto’s. Wat mij betreft lijkt een kast in de archieven van onze heemkundige kring een goed alternatief, maar ik kan me voorstellen dat een compromis gevonden kan worden in een andere, niet openbare plaats in dit gemeentehuis.

Wat voor mij telt is dat er een oplossing komt waarbij we polemiek voorkomen en de foto’s verwijderen om de voornoemde grondwettelijke redenen.

Indien dit niet lukt tegen volgende gemeenteraad, zie ik me echter genoodzaakt het verwijderen van de foto’s bij een volgende zitting wél ter stemming voor te leggen.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Huis_Wettin
 

11/02/2013 - Celestinus V - de vorige paus die abdiceerde

In een Italiaans kasteel te Fumone herinneren een tand, een stuk van een hart en een paar knopen van een tuniek aan Pietro Angelarie, bijgenaamd “da Murrone”. Pietro was in 1294 een paar maanden lang paus en verwierf zijn plaats in de geschiedenis door als eerste, en tot voor kort enige paus, zijn ambt neer te leggen. Zijn opvolger, Bonifatius VIII, was als de dood voor de invloed die de ex-paus nog kon hebben en liet hem dan ook opsluiten in een kleine benepen kerker waar de 91-jarige Pietro een paar maanden later overleed. Dat is, in een paar woorden, de geschiedenis van Pietro die nog geregeld vermeld wordt in de discussie over de voor- en nadelen van een abdicerende paus maar daar blijft het vrijwel altijd bij. Wie de man was, hoe hij paus werd, onder welke omstandigheden hij verzaakte aan het pauselijk ambt, waarom hij dat deed en wat er met hem nadien gebeurde wordt meestal stilgezwegen.

Ten onrechte, want er schuilt een al even schitterend als grappig verhaal achter.

De jaren voor de verkiezing van Pietro waren om het zacht uit te drukken nogal turbulente jaren. De katholieke kerk was oppermachtig geworden in vele streken en haar bisschoppen of pastoors begonnen zich de rechten van feodale heren toe te eigenen; tot het ius primae noctis toe, waardoor ze de plaats van de bruidegom konden innemen in de huwelijksnacht. Men had er in die jaren ook het beruchte conclaaf opzitten waar de kardinalen er zo lang over deden om een paus te kiezen, dat men hen op brood en wijn en later op brood en water ging zetten om hen tot een beslissing te dwingen. Toen ook dat niet het gewenste resultaat opleverde, had men zelfs het dak weggenomen van de zaal waar ze vergaderden. Na 3 jaar koos men uiteindelijk voor Gregorius X. Dat hij niet de meest evidente paus was, mag blijken uit het feit dat de man op het moment van verkiezing op kruistocht was en het meer dan zeven maanden duurde eer hij in Rome raakte om er tot paus gewijd te worden.

Na Gregorius volgden nog een paar pausen die vooral naam maakten met hun levensstijl waarbij ze niet met één maar met heel veel verschillende dames het bed deelden.

In deze decadente periode werd Pietro Angelari geboren in 1215 in een arm gezin als 11e van twaalf kinderen. Hij werd Benedictijn maar verkoos een leven als heremiet in een grot op de berg Murrone, vanwaar zijn bijnaam. Zijn levensstijl werkte inspirerend en daar hij steeds meer volgelingen kreeg, zag de heremiet zich genoodzaakt een heuse kloosterorde op te richten (de celestijnen) en zich met het leiden van die orde bezig te houden. Een aantal jaren later echter, was hij dat zo moe dat hij weer de eenzaamheid opzocht. Hij liet zijn orde zichzelf besturen en trok opnieuw de wildernis in rond de berg Majella die nog onherbergzamer was dan de Murrone. We schrijven dan 1284.

Een paar jaar later, in 1292, verkeerde Rome na het wanbeleid van de laatste pausen in een heuse anarchie. De 12 kardinalen die een nieuwe paus moesten kiezen waren verdeeld in 2 kampen van 6: de Orsini-clan en de Colona-clan. Beide wilden vooral geen toegevingen doen aan de anderen. Na twee lange jaren waren de kardinalen het er nog niet over eens wie ze paus zouden maken en dat begon vervelend lang te worden in de ogen van Karel II, de koning van Napels, die een paus nodig had die hem kon steunen om Sicilië te heroveren en opnieuw aan zijn koninkrijk toe te voegen. Toen het conclaaf zijn derde lente inging, kwam de vorst er zich mee moeien en bezocht het conclaaf te Perugia, waar het zich naar had verplaatst om rustiger te kunnen werken. De vorst maakte zich bijzonder boos bij zijn ontmoeting met de kardinalen. De sfeer was bijzonder gespannen en om de sfeer wat te ontladen, grapte de oudste kardinaal, Latinus “laten we Pietro Angelari nemen als paus !” De man slaagde in zijn opzet en iedereen schoot in de lach. Pietro Angelari als paus … het idee alleen al !!

Karel II lachte eerst goed mee, maar was zo sluw deze inval aan de kardinalen uit te leggen als een tussenkomst van god. Immers, ze zochten een man van god en dat was Pietro absoluut zeker wel. Daarnaast was hij voor zowel de Colona’s en de Orsini’s een aanvaardbaar figuur wegens geen connecties met de andere clan. Al bij al bleek het dus toch niet zo’n gek idee. Ook Karel lachte in zijn vuistje want zo’n wereldvreemde halve gare op de pausentroon zou allicht makkelijk te manipuleren zijn en dat zou hem aardig van pas komen in zijn plannetjes.

De grap werd dus een onwaarschijnlijke realiteit: op 5 juli 1294 werd Pietro “da Murrone” Angelari tot paus verkozen door het conclaaf van 12 kardinaals.

Restte er nog één probleempje: het vertellen aan de man in kwestie.

Dat bleek moeilijker dan men zich had voorgesteld. De man scheen zo wereldvreemd geworden te zijn dat hij al jàren alle contacten met andere mensen meed. Niemand wist überhaupt nog waar de kluizenaar precies was. Boodschappers werden uitgestuurd en liepen vervolgens weken rond in de bergen of verdwaalden in het struikgewas op de bergflanken. Tenslotte bracht een jonge geitenhoeder de oplossing: hij wist waar de kluizenaar ongeveer leefde. Deze keer trok een heel gevolg met pauselijke pracht en praal de bergen in en vond effectief de grot waar Pietro zou leven. Het duurde even vooraleer de man zich liet zien maar uiteindelijk verscheen er een vieze vuile vent die met angstige ogen vanonder zijn verwilderde haardos keek naar de kleurige stoet die voor zijn grot stond. De man had al in geen tien jaar nog mensen gezien, laat staan zo’n kleurrijk uitgedoste groep. Toen men hem toeriep waarvoor ze daar waren, gebeurde dan ook wat te verwachten was: Pietro leek wel gek te worden van angst en vluchtte weg, de struiken in.

In pure Monty Python-achtige stijl werd de man achterna gezeten door de pauselijke kolonne, dwars door het struikgewas. Het eindigde in een heus gevecht waarbij men de groezelige kluizenaar manu militari overmeesterde en hem vervolgens nog eens uitlegde waarom men daar was.
Nadat men nog een dag op hem ingesproken had, gaf Pietro toe en liet hij zich de berg afvoeren door zijn nieuwe hofhouding. Nog maar net bekomen van al die mensen om hem heen, dreigde de man opnieuw te vluchten toen er hem in de vallei een paar duizend mensen stonden op te wachten.

Onder de bescherming van Karel II, eigenlijk een veredelde gevangenschap, werd de nieuwe paus afgevoerd. Men gaf zich nog even om de korstige vunzigaard, die al een decennium lang in een grot had gewoond, om te turnen tot een presentabele paus. Er werd duchtig geschrobt, haren en baard werden geschoren, er werden nieuwe kleren gemaakt … tot men klaar was. Op 24 augustus 1294 werd Pietro Angelari, ten overstaan van 200.000 toeschouwers, in Aquila tot bisschop van Rome gewijd. Hij koos als pausnaam Celestinus V.

De nieuwe paus bleek volkomen te beantwoorden aan wat Karel II gehoopt had; hij benoemde niet minder dan 12 kardinalen van wie men met zekerheid kon stellen dat ze in Karels kamp zaten. Hij mengde zich met het dagelijks bestuur van de kerk te Frankrijk en probeerde de kloosterorden strengere leefregels op te leggen. Celestinus was als was in de handen van Karel II. Om dat zo te houden, dacht Karel dat het beter was als hij de paus niet naar Rome liet gaan maar probeerde te lijmen om in zijn kasteel te blijven wonen. Daartoe liet hij in de kelders van zijn kasteel de grot nabouwen waarin Celestinus had gewoond toen hij nog gewoon Pietro de kluizenaar was. Het werkte, opnieuw gaf Celestinus toe en hij vertoefde meer en meer in zijn nieuwe “oude” grot, in de kelders van het kasteel.

Eigenlijk was Celestinus niet alleen als was in de handen van Karel II, maar van iedereen die hem maar te spreken kreeg. Celestinus gaf alles aan iedereen toe, zolang men hem maar rustig liet bidden. De chaos nam toe omdat Celestinus bijna dagelijks dingen besliste die in tegenspraak waren met zaken die hij de dagen voordien had afgevaardigd.

De kardinalen zagen snel in dat ze een “kardinale” fout hadden gemaakt: Celestinus begon voorwaar de rijkdommen van de kerk uit te delen ! De man had daarenboven geen enkel gevoel voor corruptie of simonie. De kerkvorsten vreesden dan ook dat Celestinus de kerk naar het failliet zou voeren en zochten naar een oplossing.

Vooral de drie kardinalen aan wie Celestinus het dagdagelijks beleid van de kerk had overgelaten, kloegen. Eén van hen, Benedetto Caëtani, had er zo zoetjesaan méér dan genoeg van …

Op een nacht lag Celestinus te slapen in zijn nep-grot toen hij een goddelijke stem hoorde die hem toefluisterde dat zijn taak volbracht was en hij opnieuw naar de bergen mocht gaan. De paus was totaal ontredderd.

Net toen Caëtani zich begon af te vragen of het gat, dat hij in de zoldering van de nep-grot had laten hakken, groot genoeg was geweest om hoorbaar te zijn geweest, kwam Celestinus hem vertellen wat god hem had ingefluisterd.

Caëtani speelde de verontwaardiging met verve. Hoe kon Celestinus nu aftreden ? Dat had een paus nog nooit gedaan ! Als snel veranderde hij echter van toon, toen hij zag dat de paus nog meer in dubio raakte. De wil van god was duidelijk tot uiting gekomen toen Celestinus met algemeenheid van stemmen tot paus was gekozen door de kardinalen. Maar misschien wilde god nu zeggen dat er al zoveel door de nieuwe paus was gerealiseerd in de afgelopen 5 maanden en dat de gebeden van een kluizenaar nu meer zouden kunnen helpen dan de daden van een paus ? Tja, nu hij er zo over nadacht was dit misschien wel een bevel uit de hemel geweest ! Celestinus kreeg weer hoop. Hij zou zijn geliefde berg terugzien ! En die goede Caëtani beloofde hem te helpen bij de abdicatie.

Tot zijn verbazing bleken de kardinalen het allemaal niet zo erg te vinden en begrepen ze hem heel goed. Van hen moest hij geen tegenwind verwachten.

Op 13 december 1294 luisterden de verzamelde kardinalen naar de abdicatie van Celestinus V, een tekst die de jurist Caëtani had opgesteld.

Bij de verkiezing van een nieuwe paus, zocht het kiescollege een opvolger op een meer conventionele manier dan de vorige keer. Zes maanden met een halve gare paus als Celestinus had hen doen inzien dat het beter handelen was met een klassieke paus, een jurist die zich kon wapenen met pauselijke besluiten en die op zijn rechten stond. En wie beantwoordde ’t meest aan die criteria ? Kardinaal Benedetto Caëtani ! Caëtani werd unaniem verkozen tot paus Bonifatius VIII en de kerk keerde terug naar orde van de dag. Business as usual dus.

Maar hoe verging het Celestinus ?

Toen bleek dat het volk niet gelukkig was met de abdicatie van hun populaire paus, leek het zowel Bonifatius VIII als Karel II veiliger de man bij zich te houden en men wilde de ex-paus arresteren. Die zag in een vlaag van luciditeit de problemen opkomen en vluchtte de natuur in. Gewapende soldaten van Karel II en de paus zochten Pietro in de streek van de Murrone. Pietro kende die streek echter beter dan wie dan ook en slaagde er maanden in uit de handen van zijn jagers te blijven. In april 1295 probeerde hij met een bootje de Ardiatische zee over te steken naar Griekenland maar een storm dreef hem terug naar de kust en hij strandde te Vieste. Daar stonden zijn belagers hem op te wachten en op 16 mei 1296 werd hij aan Bonifatius VIII uitgeleverd.

Deze beloofde zijn voorganger dat hij hem in veiligheid zou brengen in een kasteel te Fumone, in een cel die hem aan zijn grot zou doen denken. Alweer geloofde Pietro zijn raadsman en hij liet zich gedwee afvoeren.

De cel bleek echter een bijzonder kleine kerker te zijn, vochtig bovendien. De voormalige paus werd er eenvoudigweg opgesloten en zeer slecht behandeld door zijn bewakers. De ongelukkige Pietro Angelari overleed er dan ook amper 9 maanden later, net geen 81 jaar oud. 17 jaar later werd hij door paus Clemens V heilig verklaard.

De resten van deze merkwaardige man werden later opgegraven en bijgezet in Aquila, in een klooster van zijn orde. Ze zijn er nog steeds object van een grote verering en zelfs paus Benedictus XVI kwam er bidden. Gaf het hem inspiratie?

Het feest van Celestinus valt op 19 mei. Geen enkele paus heeft nadien nog de naam Celestinus gebruikt.

Bronnen:
- De onthoofde kerk (Knack n° 30 van 2002)
- Chronicle of the Popes (P. Maxwell-Stuart)
- St. Celestinus V (James F. Loughlin)
- Christus stapte ook niet van het kruis (Algemeen Dagblad)
- Winkler Prins Encyclopedie 1934
- De ware geschiedenis van de pausen (Jean-Mathieu-Rosay)
- Het sexleven van de pausen (Nigel Cawthorne)
- Wikipedia