vorige - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 [overzicht] - volgende

14/03/2008 - Laatste Franse "poilu" overleden.

Op 12 maart stierf de Frans/Italiaanse Lazare Ponticelli, net 110 jaar oud. Lazare was de laatste overgebleven Franse oudstrijder van WO1. Het levensverhaal van Lazare, geboren in een Italiaans bergdorpje bij Piacenza, leest als een roman. Zijn vader stierf jong waarna zijn moeder met zijn broers van miserie emigreerde naar Frankrijk. Ze lieten de kleine Lazare achter bij een tante, omdat ze zijn reis niet konden betalen. Zo werd hij schaapherder op zijn zevende.

Hij spaarde, door vogels te verkopen en schoenen te snijden. Twee jaar later trok hij te voet via de spoorlijn naar de grens. Eens daarover wipte hij op een trein, die hem naar de Gare de Lyon in Parijs bracht. Hij kon niet lezen of schrijven, en sprak geen woord Frans.

Het duurde twee jaar voor hij zijn familie vond, maar hij overleefde met karweitjes, vond werk als hulpje bij een steenkoolleverancier, en begon op zijn zestiende een eigen zaak als schoorsteenveger. Daar groeide later een bedrijf uit dat tegenwoordig nog steeds bestaat en zo'n 2.000 man tewerkstelt.

Ponticelli meldde zich in de zomer van 1914, om te strijden voor zijn nieuw vaderland en kwam terecht aan de Chemin des Dames, één van de meest gruwelijke plaatsen aan het front. Op een nacht in 1915, toen hij het kermen van de gewonden niet meer kon horen, bracht hij vanuit de vuurlinie een gewonde Duitser naar de Duitse loopgraven terug en een gewonde Fransman naar de zijne.

Omdat hij in feite een Italiaan was, stuurden de Fransen hem eind 1915 tegen zijn zin op de trein naar Italië, waar hij opnieuw soldaat werd, deze keer in Italiaans uniform. Aan het front in Zuid-Tirol onderscheidde hij zich in gevechtssituaties, liep hij een paar zware verwondingen op, maar nam hij evengoed deel aan de occasionele verbroederingen met de Oostenrijkse vijand.

Na de oorlog keerde hij terug naar zijn thuis in Frankrijk en werd in 1939 Fransman. Hij woonde tot aan zijn dood in Kremlin-Bicêtre, een voorstad van Parijs, vlakbij de Porte d'Italie. Hij heeft zijn Légion d'Honneur en is tot 2006 naar de ceremonies van 11 november gegaan. 'Omdat we aan de vooravond van elk offensief telkens afspraken: als ik sterf, ga jij me toch herdenken.'

Twee jaar geleden ontvouwde president Jacques Chirac een plan om de laatste poilu van 1918 met een staatsceremonie in het Panthéon te begraven. Louis de Cazenave, de voorlaatste, liet toen beleefd weten 'dat er te veel gestorven zijn zonder zelfs maar een houten kruis.' Lazare dacht er net zo over en weigerde ook.

Pas begin 2088, toen hij effectief de laatste poilu geworden was, stemde hij in met een staatsbegrafenis. Hij eiste wel dat er tegelijk ook voor een laatste mis in de Dome des Invalides zou gezorgd worden, ter nagedachtenis van al zijn gesneuvelde kameraden en wilde niét in het Pantheon begraven worden maar wel temidden van zijn familie.

Er zijn nu nog slechts 13 veteranen uit de Eerste Wereldoorlog in leven : 5 Britten, 2 Italianen, 1 Turk, 1 Oostenrijker, 1 Amerikaan, 1 Canadees, 1 Australiër en 1 Rus. De laatste Duitse veteraan, Erich Kästner, overleed op 1 januari 2008.
 

09/03/2008 - Restauratie oude grenspaal te Affligem

Op grondgebied Affligem, ter hoogte van de grens van Oost-Vlaanderen met Vlaams-Brabant staat naast aan de steenweg Brussel – Gent een grote oude arduinen grenspaal, een zogenaamde “Vlaamse Staak”. Op de gemeenteraad van 11 maart zal raadslid Tim t’ Kint (Leefbaar Affligem) voorstellen om die grenspaal te restaureren.

De Vlaamse Staak is een relatief onbekend maar erg waardevol monument, waarvan er over heel ons land amper een paar bekend zijn.

De meeste bronnen die men over dit soort grenspalen kan terugvinden, durven geen exacte periode van oprichting geven. Meestal houdt men het op de periode 1800 tot 1830, met andere woorden de periode waarin onze streek tot het Franse keizerrijk van Napoleon behoorde, vervolgens tot het koninkrijk der Nederlanden en tenslotte tot de nieuwe staat België. Tim t’Kint, Affligems gemeenteraadslid en tevens amateur heemkundige, denkt echter dit exemplaar te kunnen dateren:
“Op zo’n zuil staat meestal een opschrift dat aangeeft op welke grens het staat. Het Affligemse exemplaar zegt de grens te markeren tussen Flandre Orientale (nu nog de Franse benaming voor Oost Vlaanderen) en Brabant Méridional. Die laatste naam bestaat nu niet meer maar sloeg ooit op de streek rond Brussel. Onder de Fransen was dat een departement met de naam “Dyle”. Toen de Nederlanders het bestuur overnamen in 1815, na de val van Napoleon, werd het departement herdoopt in Brabant Mériodional. Daarmee werd het onderscheiden van die andere Nederlandse provincie Brabant, die toen Brabant Septentrional werd genoemd en nu bekend is als Noord Brabant. Volgens mij is onze Vlaamse Staak er dus door de Nederlanders neergezet. Tussen 1815 en 1830 dus.”

In de tekst die hij voorlegt aan de gemeenteraad, stelt t’ Kint dat de zuil zich in een nog redelijke staat bevindt. Toch mag er niet langer gewacht worden met herstelling. Een aantal barsten zouden de komende jaren voor verbrokkeling kunnen zorgen en zo de zuil doen omvallen en breken, wat een zeer dure restauratie tot gevolg zou hebben.

De timing van dit voorstel is geen toeval. De plannen om de Brusselbaan in Affligem te herinrichten krijgen hun finale vorm en t’ Kint wil van de gelegenheid profiteren om dit stukje patrimonium in zijn oude glorie te laten herstellen gezien dat maar een fractie zal kosten van wat aan de werken zal uitgegeven worden.

Tim t’ Kint : “Een restauratie betekent concreet dat de zuil wordt gereinigd en er weer als echte blauwe steen zal uitzien, in plaats van het zwarte uiterlijk nu. Daarnaast moet er eens goed gekeken worden naar de barst aan de voet van de zuil en zou die volgens de regels van de kunst hersteld moeten worden . Ook de stabiliteit wordt best eens onderzocht, vooral met de werken die in aantocht zijn, vermits het nu al lijkt alsof de zuil niet meer volledig waterpas op zijn voet staat. En dan is er tenslotte de tekst die in een banderol op de zuil staat, als op een lint dat omheen de zuil is gedrapeerd. Die moet natuurlijk ook weer in zijn oude glorie hersteld worden en dat betekent concreet een gouden kleur voor de banderol met daarop Flandre Oriental in zwarte letters en precies andersom voor die met Brabant Méridional erop. Of de zuil ooit afgetopt was met een soort kegel, is niet zeker maar wel waarschijnlijk. In dat geval is het niet geheel ondenkbaar dat die terug te vinden is in de gracht naast de zuil en is het ruimen van die gracht daar dus een goed idee.”

Gezien de restauratie van de Vlaamse Staak zorgvuldig moet worden aangepakt en het dus best wel wat tijd zal vragen om te overleggen met de verschillende betrokken instanties stelt t’ Kint voor dat de gemeente Affligem de organisatie en eventuele financiering van dit project op zich zal nemen zodat de zuil klaar is wanneer de werken aan de Brusselbaan af zullen zijn.

Daarnaast vraagt hij dat er zou worden nagedacht over de inplanting van het gerestaureerde monument : “Ik denk aan een soort garantie dat het ding niet wordt omgereden door een auto. Dat kan eenvoudig met een systeem dat men vroeger ook gebruikte om aanrijdingen met koetsen te voorkomen : een aantal lage afgronde arduinen paaltjes, ook wel “chasse roue” of wielgeleider genoemd. Verder slaat dat van die inplanting natuurlijk ook op het straatmeubilair dat er omheen staat. Nu staat de zuil precies achter een verkeersbord, waardoor hij zelfs niet eens meer opvalt. Het verplaatsen van dat verkeersbord lijkt me dan ook logisch.”

Tim is met dit voorstel om locaal erfgoed te beschermen niet aan zijn proefstuk toe. Vorig jaar al was hij de initiatiefnemer om een unieke oude Belgische vlag van Affligemse oudstrijders te laten restaureren. Hij hoopt jaarlijks zo’n kleinschalig en dus betaalbaar project voor te kunnen leggen aan de gemeenteraad.
http://www.garagetv.be/video-galerij/afflemail/Vlaamse_Staak_Affligem_mp4.aspx